Euthanasie bij mensen met een psychische aandoening is in Nederland mogelijk, maar de weg ernaartoe is vaak complex. De wet stelt strikte zorgvuldigheidseisen en in de praktijk gelden er aanvullende stappen, zoals een extra beoordeling door een psychiater.
De Wet
Sinds 2002 geldt in Nederland de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WtL).
Artsen zijn niet strafbaar als zij voldoen aan de zes zorgvuldigheidseisen:
- Het verzoek van de patiënt is vrijwillig en weloverwogen.
- Er is sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.
- De patiënt is volledig voorgelicht over de situatie en vooruitzichten.
- Arts en patiënt zijn samen tot de overtuiging gekomen dat er geen redelijke andere oplossing is.
- Ten minste één onafhankelijke arts is geraadpleegd (meestal een SCEN-arts).
- De uitvoering is medisch zorgvuldig.
De wet maakt géén onderscheid tussen lichamelijke en psychische aandoeningen.
Extra eisen bij psychische aandoeningen
Bij een psychische aandoening geldt een aanvullende stapp:
- Een second opinion door een onafhankelijk psychiater, die wilsbekwaamheid, juistheid van diagnoses en redelijke behandelmogelijkheden beoordeelt.
- De zorgvuldigheidseis over “geen redelijke behandelopties meer” is vaak het moeilijkst.
De procedure in stappen
1. De verzoekfase
- Het verzoek: De patiënt doet een weloverwogen en concreet verzoek om levensbeëindiging.
- Het eerste gesprek: De arts verkent de hulpvraag en de doodswens van de patiënt.
- Voorlichting: De arts bespreekt de procedure, de wettelijke zorgvuldigheidseisen.
2. De beoordelingsfase
- Onderzoek door de arts: De arts onderzoekt of er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, en of er wilsbekwaamheid is ter zake.
- Second opinion: De arts schakelt een onafhankelijke psychiater in voor beoordeling van wilsbekwaamheid, een tweede mening over de diagnose, en overblijvende redelijke behandelopties,
- Multidisciplinair overleg (MDO): De bevindingen worden besproken in een multidisciplinair overleg.
- Verslag: De psychiater rapporteert mondeling en schriftelijk aan de arts.
3. De consultatiefase
- SCEN-consulent: Er wordt een onafhankelijke SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) geraadpleegd.
- Toetsing: De consulent beoordeelt of aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan en rapporteert hierover schriftelijk.
4. De uitvoeringsfase
- Planning: De datum, het tijdstip en de locatie worden vastgesteld in overleg met de patiënt en nabestaanden.
- Uitvoering: De arts voert de levensbeëindiging medisch-technisch zorgvuldig uit via euthanasie (intraveneus) of hulp bij zelfdoding (drankje).
- Nazorg en verslaglegging: De procedure wordt gemeld bij de gemeentelijke lijkschouwer en getoetst door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie.
Belangrijke aandachtspunten
- Tweesporenbeleid: behandeling en euthanasietraject kunnen naast elkaar bestaan.
- Wachttijden: bij Expertisecentrum Euthanasie vaak > 2,5 jaar.
- Shared decision making: arts én patiënt beslissen samen over redelijkheid van behandelopties.
- Donatie van hersenen, weefsel en organen is soms mogelijk in combinatie met euthanasie.
Relevante documenten
- Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek (WtL)
- Euthanasiecode (RTE)
- Richtlijn levensbeëindiging bij psychische aandoeningen (NVvP)
Download hier de uitgebreide versie als PDF.