De vader van Marleen kreeg al vijf maanden na zijn verzoek euthanasie 

Home > Verhalen en media > Interviews > De vader van Marleen kreeg al vijf maanden na zijn verzoek euthanasie 

‘Een angststoornis kan iemand helemaal kapot maken’ 

‘Weet je wat duizendknoop is?’, vraagt Marleen Dijkman me, kort na het begin van ons gesprek over de euthanasie van haar vader. Ik had haar gevraagd om me een idee te geven van de angsten die hem in zijn laatste levensfase beheersten.  

Ik knik, ja ik weet wat de Japanse duizendknoop is: een onkruid dat nauwelijks valt uit te roeien. De wortels kunnen zelfs schade toebrengen aan ondergrondse leidingen. 

‘Het zat in de tuin van zijn buren, een jong stel. Ze haalden er hun schouders over op, een onkruid, nou ja, wat kon hun dat schelen. Maar voor mijn vader werd het een obsessie. Hij had een prachtige, grote tuin in Driebergen en die duizendknoop was daar ook in terecht gekomen. Het moest en zou eruit. En niet alleen omdat hij die woekerende exoot niet in zijn paradijsje wilde hebben. Hij kreeg wanen dat heel Driebergen erdoor zou worden overspoeld. Die angst was zo gigantisch. Helemaal in paniek. Eerst heeft hij zelf nog geprobeerd om van de wortelstokken af te komen, de laatste periode hebben wij, mijn broer en ik, een tuinman aan het werk gezet om elke zes weken de nieuwe uitlopers uit te graven. En dat was nog niet genoeg voor hem. Hij maakte zich kort voor zijn euthanasie grote zorgen of we het huis wel zouden kwijtraken, vanwege die duizendknoop.’  

Zoals vaker tijdens het gesprek lacht Marleen. Nu een wat mistroostig lachje. ‘Moet je nagaan. Een huis in Driebergen. Met zó’n tuin. Natúúrlijk waren we dat in de kortste tijd kwijt. Mijn vader kon absoluut niet meer relativeren. Als er een klein dingetje in huis kapot was of het niet deed dan was dat voor hem bijna levensbedreigend. Dan moest en zou het gemaakt worden, anders zou bijvoorbeeld de hele schuur instorten.’ 

Marleen (58) heeft een drukke baan als programmamanager bij het RIVM. Vorig jaar zag ze op televisie de documentaire over het lijden en de dood door euthanasie van de 17-jarige Milou. Ze was diep geraakt. Maar ook verontwaardigd. Verontwaardigd over de manier waarop een aantal psychiaters hun bezwaren tegen euthanasie wegens psychisch lijden in de documentaire en in de media voor het voetlicht brengen: ongenuanceerd en met onvoldoende oog voor de uitzichtloze situatie waar mensen in kunnen zitten. Ze was zo onder de indruk dat ze ‘iets’ wilde doen met haar eigen ervaringen rond de euthanasie van haar vader, in juli 2024. Tussen zijn aanmelding bij het Expertisecentrum Euthanasie en zijn overlijden zaten ‘maar’ vijf maanden, een heel korte periode vergeleken bij de tijd die veel hulpvragers moeten doorploeteren voor hun verzoek om verlost te worden van een ondragelijk leven kan worden ingewilligd. Áls het al kan worden ingewilligd. In een interview met KEA zou Marleen duidelijk willen maken dat vijf maanden in de psychiatrie misschien een kort traject is, maar dat het voor haar vader een onafzienbaar lange mentale en fysieke uitputtingsslag was.  

Ze ontvangt me in haar woning in Bunnik. Het ruikt er naar nieuwigheid. Een verbouwing van de benedenverdieping is nog maar net achter de rug en pas daarna is ze toegekomen aan het leegruimen en verkopen van het ouderlijk huis. In de hal staan nog dozen met spullen van haar vader. De woonkamer is nog niet aangekleed, er moeten nog gordijnen komen. Als ik een groot schilderij bewonder zegt Marleen dat het uit het huis van haar vader komt, waar zij het prachtig vond. Maar ze vindt het niet passen in haar eigen kamer. Dat komt nog wel. 

Een afgevlakt leven door medicatie 

Na haar verhaal over de Japanse duizendknoop vraag ik wanneer de angststoornis van haar vader is begonnen. Ze aarzelt. ‘Eigenlijk weten we het niet. Hij is wel altijd gevoelig geweest voor stress en kreeg daar al jarenlang medicatie voor. Zonder dat wij het wisten. En, vermoeden we, zonder consulten met een behandelaar. Al vanaf eind jaren zeventig, denken m’n broer en ik. Achteraf geloven we dat die medicatie behoorlijk belastend was. Voor mijn gevoel heeft mijn vader decennialang afgevlakt geleefd. Zo ging dat vroeger, je kreeg medicijnen en dan werd er verder niet naar je omgekeken. Zelf zei hij later dat hij er best een goed leven mee had.’ 

Ik reageer verbaasd als ik hoor dat Marleen en haar broer er zo lang geen weet van hadden dat hij medicijnen gebruikte. Liet hij zo weinig van zichzelf zien? En hadden ze nooit iets van hun moeder gehoord? 

Ze schudt haar hoofd. ‘Ze konden allebei slecht bij hun gevoel. En er over praten konden ze al helemaal niet. Dat hebben veel mensen van hun generatie. Ze waren allebei biochemisch analist, dat was toeval, ze hebben elkaar op een cursus Engels leren kennen. Mijn vader was super-geëmancipeerd. Hij zei dat hij de kinderen had moeten doen en dat mijn moeder had moeten studeren. Mijn ouders waren beide liefdevol en zorgzaam, vooral in het praktische. Ik ben best pittig opgevoed. Zo van, niet zeuren, huppakee.’ 

‘Mijn moeder kreeg in 2009 de diagnose Alzheimer. Ze stierf in het voorjaar van 2021, al die jaren, dus meer dan een decennium, heeft hij haar verzorgd. Dat was echt mega-intensief. Mijn broer en ik snapten niet dat hij het volhield. Voor mijn vader sprak het vanzelf, al ging het de laatste jaren met hem ook steeds slechter. Hij klopte in 2017 aan bij een psychiater, omdat hij geen rust meer kon vinden. Toen is die medicatie aangepast. Dat werkte in het begin wel. Hij leerde bijvoorbeeld te mediteren, dat maakte hem rustiger.’  

‘Eerst wisten we dat ook niet. We zagen wel dat hij gestrest was, maar dat kwam voor de overbelasting, dachten we. Door de coronacrisis was mijn moeder nooit opgenomen, daar waren we op zich wel blij mee. Als ze in een verzorgingstehuis had gezeten hadden we haar niet kunnen opzoeken. De hulp aan huis werd wel geïntensiveerd. Op een gegeven moment kwamen we er achter dat mijn vader naar de schuur ging om op een eigen plek wat rust te krijgen. Dat kon echt niet, vonden we, dus toen hebben we voor hem van een bovenkamer een soort huiskamer gemaakt. Daar heeft hij helemaal zijn huis van gemaakt, daar stonden al zijn boeken en veel spullen.’ 

Hartaanval 

Drie weken na het overlijden van haar moeder kreeg haar vader een hartaanval waardoor hij in het ziekenhuis belandde. Door complicaties na een operatie en een langdurige revalidatie kwam hij pas na drie maanden weer thuis.  

‘Het ging in het begin vrij redelijk, al was hij nog niet helemaal de oude, het mediteren ging bijvoorbeeld niet zo goed meer. Daar maakten we ons niet zo ongerust over. Hij kwam nu pas aan het rouwen toe, dachten we, na alle zorg en drukte vóór het overlijden van mijn moeder en de eerste tijd daarna, eerst met alle aanloop die je dan hebt en dan dat infarct en de revalidatie. Maar het ging in de loop van de tijd steeds slechter in plaats van beter. Hij werd onzeker, begon dingen te vergeten en werd bang dat hij ook Alzheimer kreeg. Toen hij daarop werd getest was de uitslag negatief.’ 

Haar vader zakte steeds verder weg: ‘Eén van de eerste keren dat ik zag dat het helemaal niet goed ging was toen ik hem voor zijn 85e verjaardag tien bioscoopbonnen cadeau had gedaan om met de kleinkinderen uit te gaan. Hij vond dat cadeau verschrikkelijk. Hij schrok zich helemaal wezenloos dat hij dat moest doen. Het overviel hem compleet. Hij heeft het uiteindelijk wel gedaan, we hebben hem gehaald en gebracht.’ 

Peinzend: ‘Later zei hij dat hij dat eigenlijk alleen maar had gedaan om ons een plezier te doen. Zelf genoot hij nergens meer van. En die waandenkbeelden kwamen steeds meer opzetten. Door alle medicatie kon hij niet meer autorijden en werd zijn evenwichtsgevoel minder. Om toch wat over te houden van zijn bewegingsvrijheid kocht hij zo’n driewielfiets. Op zichzelf best dapper. Maar als hij naar de fysiotherapeut ging was hij als de dood dat hij daar die fiets niet kwijt kon. Dat werd een levensgroot probleem. Hij ging een keer de dag tevoren kijken waar hij dan die fiets zou kunnen zetten. Maar dat is natuurlijk een momentopname, dus als hij weer thuis was zat hij te piekeren, hij was dan wel wezen kijken, maar morgen zou het vast allemaal vol staan. Op zo’n dag naar de fysio was hij volkomen uitgeput, dan kon hij niets meer. Hij kon per dag hoogstens één ding aan.’ 

Haar ogen lichten op: ‘Een enkele keer kwam zijn vroegere persoonlijkheid nog om de hoek kijken. Een kleinzoon van hem nam hem een keer mee naar de roeivereniging. Iemand van de kroeg daar vertelde heel trots dat hij een contract met Bavaria had kunnen sluiten. Toen constateerde opa heel droog dat Heineken nog zaken deed met Rusland. Wist die persoon dat wel? Dat was hem ten voeten uit, maatschappelijk was hij heel betrokken. Zijn kleinzoon vond dat prachtig, hij heeft dat op de afscheidsbijeenkomst nog aangehaald.’ 

Ze valt stil. Dan: ‘Echt… Ik zit hier nu wel te vertellen alsof dit, alsof het een gewoon verhaal is. Maar dat is het natuurlijk niet. Het ging me door merg en been om te zien hoe erg hij leed. Hij was absoluut wanhopig. Het leuke bestond niet meer. Je ziet het aan iemands blik.’ 

Ik verzeker Marleen dat ik helemaal niet het gevoel heb dat ze een gewoon verhaal zit te vertellen. 

Ik heb nu al een flink aantal interviews afgenomen met mensen die betrokken zijn bij euthanasie, patiënten, behandelaars, nabestaanden. Ik weet dat het altijd even duurt voor gesprekken als deze diepgang krijgen. Je hebt elkaar nog niet eerder gezien, het kost wat tijd voor er ruimte is voor vertrouwelijkheid. Dus je geeft elkaar een hand bij het binnen komen, de geïnterviewde vraagt of ik koffie of thee wil. Ondertussen haal ik mijn laptop uit mijn rugzak en m’n schrijfblok voor aantekeningen van dingen die ik zie maar die niet uit de geluidsopname zijn af te leiden, gebaren, gezichtsuitdrukkingen, de plek waar het gesprek plaats vindt. En als het goed is kom je dan langzamerhand wat dichter bij elkaar en verandert de sfeer. Ik zeg tegen Marleen dat haar opmerking over de indruk die het lijden van haar vader op haar maakte voor mij voelt als zo’n kantelpunt. 

Sorry, maar u bent uitbehandeld 

Ze moet lang nadenken na mijn vraag wanneer euthanasie voor het eerst ter sprake kwam. Wanneer kregen ze contact met zijn behandelaars? 

‘Hij nam ons op een gegeven moment, eind 2023, mee naar zijn psychiater. Dat was voor ons de eerste keer. Toen pas hoorden we dat hij met haar al meer dan vijf jaar bezig was geweest, allerlei medicijnen had geprobeerd, in allerlei samenstellingen, allerlei volgordes. En dat niets had geholpen. En toen zei ze, ja meneer Dijkman, het is heel vervelend om te zeggen maar u bent uitbehandeld. De enige optie was nog opname. We wisten niet wat ons overkwam. Voor ons kwam het allemaal uit het niets. Mijn vader wilde niet opgenomen worden, dus hij werd regelrecht terug gekatapulteerd naar de huisarts.’ 

Verontwaardigd: ‘Ik heb daar veel moeite mee gehad. Huisartsen lopen al om. Ik vind dat je als psychiater hoe dan ook moet blijven praten met iemand. Daar kun je zo’n drukke huisarts niet mee belasten, die is ook niet in het hele proces meegenomen. Maar wie wordt gebeld als het weer mis is? Waar ging mijn vader heen als hij weer eens over de rooie was? Naar de huisarts. Er was alleen helemaal geen behandelplan. Het was pappen en nathouden. Doe maar een beetje deze of die pillen omhoog… Hij zei toen al vrij snel, ik kan dit niet, ik wil euthanasie, ik kan dit niet volhouden.’  

Ik veronderstel dat het moment waarop de psychiater Marleens vader pardoes losliet een keerpunt is geweest. Zij en haar broer zijn allebei hoogopgeleid, kunnen hun woordje doen. Lieten ze dat tijdens het bewuste gesprek gewoon gebeuren? 

Marleen neemt de tijd voor haar antwoord. Ze benadrukt dat ze alleen voor zichzelf spreekt. 

‘Achteraf vind ik dat we terug hadden moeten gaan, luister eens, je kan iemand niet zomaar droppen. Maar dat is achteraf. Met al je kennis ben je machteloos op zo’n moment. Dan komt er iets van totale hulpeloosheid over je, dan ben je super kwetsbaar. Wij zijn nog marihuanadruppels gaan proberen. In de alternatieve sfeer. Wel nog in overleg met de psychiater. Die zei, ja dat zit officieel niet in het pakket, maar dat zou je nog kunnen proberen. Het was echt onze laatste poging om te kijken of er nog iets… Maar er was geen houden meer aan. Mijn vader was gewoon op. Wilde niet meer en kon niet meer. Dan denk je op een gegeven moment wel, waar ben ik eigenlijk mee bezig?’ 

Goeie vraag, denk ik. Marleens vader was ongeveer even oud als ik, een eind in de tachtig. Als ik er zo ellendig aan toe was als hij zou ik graag willen dat mijn naasten zichzelf die vraag ook stelden.  

Waar kwam de drive vandaan om haar vader voor het leven te behouden? Ze zit nou eenmaal zo in elkaar, zegt Marleen, ze is iemand die heel lang hoop houdt.  

‘En hij had nog zoveel interesses. Was dol op kunst en wetenschap. Of bij de kleinkinderen langs. Aan dat soort dingen was hij in al die jaren zorgen voor mijn moeder niet toegekomen. Hij verdiénde het gewoon om nog leuke dingen te kunnen doen. Ik wilde bijvoorbeeld nog met hem naar New York. Hij was ook super ondernemend. In een van de laatste jaren dat mijn moeder nog leefde moest hij een kleine operatie ondergaan. Ik nam de zorg toen korte tijd over, maar hij wilde zo snel mogelijk weer naar huis. Dat mocht, maar hij moest wel rustig aan doen. De volgende dag belde ik hoe het ging. Hoor ik allemaal gedoe en geruis. Waar zit je, pap? Ja, ik zit op de Vecht in een rondvaartboot. Met je moeder…’ 

Weemoedig: ‘Zo was hij. Alleen, je kunt wel van alles willen, maar het ging echt niet meer. En dan kost het tijd om de knop om te zetten.’ 

Zoektocht naar alternatieven 

Na weer te hebben nagedacht: ‘Ook achteraf vind ik dat de psychiater iets had moeten doen toen mijn vader euthanasie wilde. Maar ik had toen in mijn hoofd dat psychiaters sowieso geen euthanasie geven. Dat is natuurlijk helemaal niet zo, maar dat heb ik pas doorgekregen toen ik de documentaire over Milou zag. Het werd al heel snel duidelijk dat de huisarts ook niet aan een traject wilde beginnen. Die had levensbeschouwelijke bezwaren, godsdienstige bezwaren. Dat kan, maar ik begrijp niet dat ze hem niet op weg heeft geholpen. Terwijl ze er voor het overige echt voor hem geweest is.’ 

Marleen en haar broer lieten het niet alleen bij een zoektocht naar alternatieve medicatie. Met een beroep op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning regelden ze voor haar vader een casemanager, iemand die aan huis komt en hulp biedt bij ingewikkelde problemen. Dat bleek een gouden greep. 

‘Met haar was hij spekkoper. Zij heeft echt naar mijn vader geluisterd. Ze schakelde het Expertisecentrum Euthanasie in en probeerde ondertussen ook wat structuur in zijn leven te brengen. Een surrealistische mix eigenlijk. Iemand helpen om uit het leven te stappen en tegelijk proberen er wat van te maken. Het werkte eerst wonderwel. Mijn vader had nog een relatief goede periode. Hij deed vrijwilligerswerk, onder meer bij Naburen. Dat is een organisatie die mensen met niet-aangeboren hersenletsel een dagprogramma aanbiedt met vrijwilligerswerk. Mijn vader werkte met andere vrijwilligers in een grote gemeenschappelijke tuin.  Hij kon goed met iedereen omgaan en hij werd enorm gewaardeerd om zijn kennis over tuinieren. Ook de buren waren super lief. Een paar keer per week gingen ze bijvoorbeeld met hem wandelen of hij werd uitgenodigd voor het eten. Wij hadden trouwens pas later door dat hij geen van de buren ooit verteld heeft hoe ziek hij was.’  

Met een zucht: ‘Altijd maar dat zwijgen.’ 

Als iemand echt wil moet het maar 

In februari ’24 begon het traject bij het Expertisecentrum. Marleen noemt het contact met de mensen daar over de euthanasiewens van haar vader een wereld van verschil met wat ze eerder had meegemaakt met zorgverleners: ‘Bij hen draaide het om de wens van mijn vader. We mochten wel bij de gesprekken zijn, als maar duidelijk was dat het niet om ons ging. Ze waren heel open, vertelden hoe ze hun afwegingen maakten, waar ze hun informatie vandaan haalden. Dat was ontzettend prettig.’ 

Op mijn vraag of het voor haar een grote stap was om met haar vader in het euthanasietraject te gaan antwoordt ze dat het natuurlijk heel moeilijk is als iemand niet meer wil leven. Maar: ‘Als iemand volhoudt dat het genoeg is geweest, ja, dan moet het maar. Het hielp ons ook dat de mensen van het Expertisecentrum al na het eerste gesprek zeiden dat ze zijn verzoek in behandeling zouden nemen. Dat had ik niet verwacht hoor, en dat kwam voor mij tegelijkertijd ook als een grote schok. Er volgden daarna heel, heel, heel veel gesprekken.’ 

Hoofdschuddend: ‘Hij vond al die gesprekken overigens maar onzin. Hij was vastbesloten. Alles wás al zo vaak gezegd. Ja, zei ik dan, ze maken je niet zomaar dood. Ze willen het nóg een keer horen. En nóg een keer. Ik stelde hem voor dat hij steeds zou opschrijven waarvan hij in paniek raakte. Hoeveel uur hij had geslapen. En, zei ik, als je het zo een beetje hebt bijgehouden dan lees je het voor als de arts er is. Dat hielp hem. Hij was er trouwens heel eerlijk in. Als hij een goede dag had, zei hij het ook.’ 

Stilte.  

‘Een goede dag is trouwens wat veel gezegd. Het waren eerder momenten dat hij niet… Hij kon op het laatst alleen nog maar met zijn ogen dicht in een stoel zitten. Hij redde hooguit één handeling per dag, deed ook geen vrijwilligerswerk meer. Eigenlijk was de situatie onhoudbaar, maar we deden er alles aan om hem in zijn eigen huis te houden. Hij verdroeg het alleen niet als we te lang bij hem waren. Dus we waren er in juni en juli vaak, maar altijd kort. De laatste week belden we om de twee uur om ervoor te zorgen dat hij zijn medicatie op tijd innam. Dat lukte hem zelf niet meer. Er waren dagen dat ik dacht, was hij maar door dat hartinfarct gestorven. Dat had ik hem echt gegund.’ 

‘We hebben eindeloos zitten nadenken wat is nou de trigger geweest? Daar komen we niet meer achter en het doet er ook niet meer toe. Hij had letterlijk een gebroken hart.’ 

Marleen herhaalt de aanleiding voor dit interview: ‘Vijf maanden lijkt dan heel kort voor een euthanasietraject vanwege psychisch lijden, voor mijn vader was het eindeloos lang. Gelukkig ging het traject zelf snel, ondanks een vertraging, omdat de second opinion over moest om te zorgen dat die volledig onafhankelijk was van het oordeel van de psychiater van mijn vader. De scenarts volgde snel daarna met haar oordeel.  Zesentwintig juli was het zover.’ 

Rondjes door de tuin 

Terugblikkend op de dag dat haar vader euthanasie kreeg praat ze langzamer, met meer tussenpozen en veel ehhmms. Die moet u, lezer, er maar zelf bij bedenken. 

‘Toen het zover was wilde mijn vader nog een rondje door de tuin lopen. We hadden koffie gedronken en dat rondje was het laatste wat hij nog wilde doen. En dat was hartverscheurend. Iemand loopt dan door zijn paradijs, waar zijn hele ziel en zaligheid lag. En vroeger ook voor mijn moeder. Hij liep echt heél bewust door die hele voor- en achtertuin, het is echt een grote tuin, en dat hij dan binnenkomt… dat is gewoon niet te bevatten. En dat moment, ook die eenzaamheid die toen van hem afstraalde… ja… Zo’n laatste moment is heel mooi én het is hartverscheurend.’ 

‘Voor mij ging het daarna heel snel. Ze hadden gezegd vijftien tot twintig minuten, maar dat was het dus echt niet. Vijf minuten. Het was… ploink… Dat was ontzettend heftig. Mijn hoofd kon het absoluut niet bijbenen. Die dag niet en ook de eerste paar dagen erna niet.’  

‘Ik zag ook wat het de arts deed. Dat raakte me diep. Hij had bij het laatste gesprek tegen mijn vader gezegd, ik kom alleen voor de euthanasie, ik vraag alleen of u het echt wil, ik ben verplicht die vraag te stellen. En dan doe ik het.’ 

‘Hij liep daarna ook de kamer uit, ook hij ging de tuin in. Toen wij later beneden kwamen kon ik zien dat hij behoorlijk aangeslagen was. Terwijl mijn vader zeker niet de eerste was.’  

Hoewel dit Marleens verhaal moet worden geef ik toe aan de neiging om haar te vertellen dat mijn lief óók een rondje door een tuin liep, de volkstuin achter onze woning, voor ze zichzelf met pillen om het leven bracht, inmiddels meer dan zes jaar geleden. Dat ik het weet omdat een buurvrouw haar tegenkwam, die Ella zo snel mogelijk ontweek. En dat ik me haar eenzaamheid en die van Marleens vader zo goed kan voorstellen.   

Ik zeg dat hoewel Ella’s zelfdoding allesbehalve onverwacht kwam, ik me nooit heb voorgesteld hoe het me zou vergaan als ze er niet meer zou zijn. Heeft Marleen zichzelf die vraag gesteld? De vraag hoe het zou zijn als alle zorg van de ene dag op de andere haar leven niet langer voor een groot deel zou bepalen?  

Het rouwen geparkeerd 

Daar was ze in de met werk en zorg overladen periode voor het overlijden van haar vader helemaal niet mee bezig.  

‘Maar toen het was gebeurd viel alle zorg natuurlijk in een keer helemaal weg. Dat gaat alleen niet direct uit je systeem. Het was zomervakantie en ik ben met mijn twee jong volwassen kinderen en een paar goede vrienden naar de Olympische Spelen in Parijs geweest. Dat was al lang van tevoren geregeld en mijn vader wilde heel graag dat we het door zouden laten gaan. Voor mij was dat een belangrijke reden, anders was ik niet gegaan, denk ik. Dat hielp wel om los te komen van alles. Achteraf gezien heb ik daarmee het rouwen wel geparkeerd.’ 

Ze onderbreekt zichzelf met de vraag of ze me nou wel of niet nog een keer thee heeft gegeven. Ik wijs op mijn kopje en zeg dat ik er best nog een wil. Zo’n pauze is voor allebei prettig. Even bijkomen. 

‘Het was al met al ook echt leuk in Parijs’, gaat ze even later verder. ‘En daarna begon mijn werk natuurlijk weer en de verbouwing. Die was al een jaar eerder gepland. Kortom, ik heb het rouwen opnieuw geparkeerd, het was in huis steeds een grote bende, het viel niet te combineren.’ 

Ze denkt weer na. 

‘Ja, en toen dat achter de rug was kwamen we toe aan het uitruimen en verkopen van het huis in Driebergen, vorig jaar, voor de zomer. En dat was heel zwaar, toen kwam bij mij de klap. Een groot huis, heel veel spullen.’ 

‘Ik heb een heleboel mensen meegenomen, het huis in om te kijken of ze iets leuks zagen. Er waren veel boeken, van mijn moeder vooral literatuur, in een grote kast in de woonkamer. Boven geschiedenis, kunst, wetenschappen. Dat was van mijn vader. Een heleboel vrienden en kennissen hebben nog studerende kinderen, dus allerlei meubeltjes, tafeltjes, stoeltjes die onze kinderen niet wilden hebben zijn meegenomen. Veel ging naar de kringloop of naar de recycling, zoals oud ijzer.’ 

Ik onderbreek haar, verbaasd. Oud ijzer? 

Marleen laat me een paar foto’s zien van de schuren. Twee werkplaatsen, ateliers. Vol met spullen en gereedschappen. 

‘Het leek wel of mijn vader een oud-ijzerboer was. Het was echt niet normaal. Zulke stapels koper, messing, ijzer, daar maakte hij van alles van. Het was een enorm veelzijdige man. Kijk, al die laatjes, staan helemaal vol met spijker, schroeven. Veel apparatuur. Allemaal constructies aan de muur. Die schuren, die waren hem ten voeten uit.’ 

‘Dat uitruimen werd echt mijn rouwverwerking. Het ging geleidelijk. Hoe meer spullen er werden weggehaald hoe minder het nog het huis werd dat ik kende. Ik heb veel in de tuin gezeten. Herinneringen ophalen. Ik heb er de tijd voor genomen.  

Een kast met spulletjes 

Ik laat de stilte weer zijn werk doen, kijk rond in de woonkamer. In een kast staan oude spullen. Van haar vader, veronderstel ik. 

Ze knikt. ‘Die ziekenauto is oud speelgoed van hem. En daarboven staat een microscoop, die is nog van zijn overgrootvader geweest.’  

We gaan voor de kast staan, ze wijst: ‘Dat zijn antieke oliebusjes en andere labspullen. In die glazen zitten fossielen, die verzamelde hij ook. En kijk, hiermee kon je een vacuüm trekken.’ 

Ik mag foto’s maken, die zullen me bij het schrijven helpen om me voor de geest te halen wie Marleens vader was. Ik maak ook een foto van Marleen. Ze komt er ontspannen op te staan, lachende ogen achter een bril met grote glazen. 

Als we weer aan tafel zitten wil ik weten hoe het nu met haar gaat, anderhalf jaar nadat haar vader euthanasie kreeg. 

‘Het gaat nu beter met me. Rond de Kerst ben ik een paar weken vrij geweest. Ik heb alleen maar de krant gelezen, daar was ik al heel blij mee na dat ontzettend drukke jaar.’ 

Ze zegt dat de scherpe kantjes van het rouwen er langzaam vanaf gaan. Het zijn vooral de mooie momenten waarbij je iemand mist. Als er shit is denk ik, dat hoeft hij tenminste niet meer mee te maken. Verder heb ik nog wel eens, dat ik hem dit of dat nog had willen vragen.’ 

Zou ze antwoord hebben gekregen? Ze beschreef hem niet bepaald als een prater. 

Marleen lacht haar gulle lach: ‘Ik denk het niet.’ 

Een andere kijk op euthanasie 

‘Ik ben toch anders naar euthanasie gaan kijken. Ik was echt een voorstander… Dat klinkt een beetje gek… Ik zat daar vroeger eigenlijk nogal naïef in. Ik had me niet voldoende gerealiseerd wat het betekent dat iemand sterft doordat een ander het doet. Misschien wist ik dat wel rationeel, maar mijn emotie zat er niet bij. Achteraf gezien zou ik het beter vinden als mensen zelf een drankje nemen. Als ze dat tenminste nog kunnen. Dat een arts die eerste injectie niet hoeft te geven. Mijn vader had dat gekund, maar hij koos voor de injecties. Hij heeft geen moment getwijfeld, maar dat betekent niet dat het voor hem niet spannend was. Dat het niet eng was. Er is toch heel veel moed voor nodig. Ik heb daar best nog over na zitten denken. In het begin was ik enorm opgelucht. Daarna kwamen andere gedachten Het gevoel dat ik had meegewerkt aan deze euthanasie. Dat was onverwacht. Moest ik me nou schuldig voelen omdat ik hem geen strobreed in de weg had gelegd? Harder op hem had moeten inpraten om het niet te doen? Maar uiteindelijk voelde ik mij daar niet schuldig over. Mijn vader leed ondraaglijk. Dit was zijn wens en die heb ik gerespecteerd.’  

Ze sluit af. ‘Het is een enorme tragiek dat zo’n ziekte iemand helemaal kapot maakt. Die hele persoonlijkheid, alle glans, al die mooie kanten verdwijnen gewoon.’ 

Onno Bosma 

Het interview is 16 januari 2026 afgenomen 

Gerelateerd

Nieuwsbrief ontvangen?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Naam(Vereist)

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Gegevens hulpvrager

Naam*
DD dash MM dash JJJJ
Naam contactpersoon
Wat zijn de klachten die tot je euthanasieverzoek leiden ?
Aangemeld bij Expertisecentrum Euthanasie?
Bijv. wachtend na aanmelding, afgewezen, wachtend op spreekuur, op wachtlijst voor soma plus team of op wachtlijst team met psychiater, al team toegewezen?
Vertel ons waar we je mee kunnen helpen.
Is er nog iets wat we moeten weten?

Akkoord

Nieuwsbrief