Altijd angst, altijd…

Home > Verhalen en media > Ingezonden > Altijd angst, altijd...

Zolang ik me kan herinneren was ik altijd al een bang en angstig persoon.
Mijn eerste herinneringen van angstige momenten dateren vanaf een jaar of 4, anno 1968.
Mijn vader had een fiets waarvan de trappers soms van doortrapten. Toen dit gebeurde terwijl ik achterop zat, was er paniek. Zonder na te denken of uit te kijken vloog ik krijsend de fiets af. Hysterisch en even niet stil te krijgen.

Nog zo’n herinnering was een ritje met een VW busje. Ik zat tussen mijn vader (bestuurder) en mijn moeder in. Er knapte een zekering en ik zag een rookpluimpje ergens bij het stuur.
Weer paniek! Schreeuwen, hysterisch, ik moest de auto uit!

En zo volgden nog vele angsten.

Angst om alleen naar bed te gaan, door de Schipholtunnel rijden, hoogtevrees, angst voor liften, wespen, bijen, etc., onweer, parkeergarages, het spoor niet over durven, het vuurwerk voor en met oudjaar, niet bij mijn moeder in de auto durven toen ze net haar rijbewijs had gehaald. En toen ik dat eindelijk wel durfde, durfde ik niet meer bij mijn vader in de auto, etc.

Op een middag na de basisschool was mijn moeder nog niet thuis. Ik heb gehuild, geschreeuwd, gebonkt. Buren lukten het niet om mij stil te krijgen.
Gelukkig duurde het maar een paar minuutjes maar toch.

Achteraf had ik al jong hyperventilatie, maar daar was in die tijd weinig bekend over.
Op het voortgezet onderwijs werd het meer overleven, ik ging een periode bibberend naar school en was erg vaak kotsmisselijk. Ook een brok in mijn keel, menig koltruitje heb ik wijd getrokken. De angststoornis begon sterker te worden.
Het zal zo rond mijn 17de jaar geweest zijn dat ik bij een psychiater terecht kwam.
Daar werd groepstherapie geadviseerd. Dus zat ik braaf als jong iemand tussen mensen met een baan, gezin en hun problemen. Ik nam hun problemen mee naar huis en werd er niet beter van. Er volgde gesprekken met een psychiater en daarna kregen mijn ouders de ‘diagnose’ te horen. Het was ‘aandacht vragen’ en ‘mijn ouders niet los willen laten’…
Deze uitspraak is ruim 40 jaar geleden gedaan maar raakt me nog steeds.

Het was ook rond deze tijd dat ik begon af te vallen terwijl ik gewoon goed at.
De aanvallen werden steeds zwaarder, bibberen en niet meer op mijn benen kunnen staan.
Dag en nacht. Ik raakte uitgeput en depressief. Hoe hard ik ook vocht, ik kon niet winnen.
Tussendoor mijn heil gezocht in diverse magnetiseurs, homeopaten, helderzienden, hypnotherapeuten, psychologen en nog eens een psychiater aan huis. Een opname volgde voor … anorexia. Het was een korte opname en zo ziek als een hond ging ik weer naar huis.

Rond mijn 20ste was ik uitgeput, ik kon niet meer.
Ik werd suïcidaal en heb het met mijn ouders besproken. Zij begrepen heel goed dat ik niet meer verder wilde, niet meer verder kon.
Ook nog op mijn verzoek (gesmeekt) of ik sondevoeding kon krijgen wat ik uiteindelijk ook kreeg. Ik woog nog maar 38 kilo terwijl ik gewoon at. Spanning, allemaal spanning.
Paniekaanvallen kost bergen energie. Na 4 weken was ik 45 kilo en superblij.
Toen ik van huisarts veranderde rond mijn 26ste kreeg ik antidepressiva wat ook kon helpen bij angst. Het proberen waard.
Het hielp, de angsten werden minder, de paniekaanvallen ook. Ik sliep weer beter.
Het was niet weg maar draagbaar. Langzaam werd mijn wereld groter.
Ik vond een vriend, verhuisde, trouwde, kreeg kinderen en voelde me gelukkig.
Ik kreeg daar een begripvolle psychiater die me hielp waar nodig.

Deze periode heeft ongeveer 15 jaar geduurd. Toen begon de ellende weer opnieuw.
Weer een heel traject met psychiaters gevolgd, meerdere soorten medicatie, wat niet aansloeg, weer zo ziek voelen, dagelijkse migraine waarvoor uitbehandeld, hevige buikklachten waarvoor een dieet. Ik vocht maar verloor. Het is goed zo. Ik ben het traject van de euthanasie ingegaan. Gesprekken gehad en ik dacht dat ik er bijna was. Maar de laatste psychiater zag een therapie nog wel zitten. Na 1 keer wist ik al dat dit het niet ging worden. Daarbij, ik kon niet meer. Ik was op. Helemaal op. Uitgeput.
Nu via Stichting KEA wil ik graag mijn verhaal vertellen in de hoop op meer begrip.
En op een positieve afloop bij het Expertisecentrum.

Wat ik nog kwijt wil is dat mijn vader op zijn sterfbed vertelde dat hij het zelf ook had, angsten, zijn hele leven. Gelukkig geen paniek. Wat hij vertelde moest onder ons blijven, maar dit is geen toeval. Hij was mijn rots in de branding en ik heb nooit wat gemerkt.
Wel ben ik overtuigd van erfelijkheid.

Patricia

foto van patricia als kind met haar vader

Gerelateerd

Nieuwsbrief ontvangen?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Naam(Vereist)