Mijn twilight zone

Home > Info > Ingezonden > Mijn twilight zone

Ik zit zelf in een euthanasietraject. Ik noem het een twilightzone; niet dood, niet levend. Niet wetend welke kant het uit gaat. Ik ben niet verbonden met het leven, maar een spoedig overlijden is ook niet zeker. En wat doe je in de tussentijd, als je niet bent waar je wil zijn, en als je niet in staat bent te zijn waar je bent?

 

Ik kan niet voor een ander spreken. Maar ga er maar vanuit dat iemand die uiteindelijk kiest voor een euthanasietraject bij psychisch lijden, veel ellende met zich meesleept. Want anders kwam het niet zo ver. Denk aan stelselmatige mishandeling, een pestverleden, misbruik en verkrachting, zelfbeschadiging, zelfmoordpogingen.

Nee, niet altijd, niet overal, niet bij iedereen. Maar pijn en wonden van deze omvang. Onderwerpen waar menigeen niets over wil horen. Maar het zijn wel betonpalen middenin het bestaan van mensen die – na jarenlange therapieën – uiteindelijk vragen om euthanasie bij psychisch lijden.

 

In mijn geval zijn trauma’s niet enigszins hersteld in de GGZ. Nee, ze zijn verergerd. En ik denk niet dat ik daarin een uitzondering ben.

Ik ben niet gehoord, mijn problematiek werd ontkend, ik zou het allemaal verkeerd zien. Mishandeling werd bij mijzelf neergelegd. “Maar wat deed jíj dan? Je wordt toch niet zomaar in elkaar geslagen?” We hebben het over de positie van – toen – een kind. 

Er heeft misbruik plaatsgevonden door mijn opa, vele jaren later door een verpleegkundige in de GGZ. Verwijten, een herhaaldelijk zich-niet-houden-aan-afspraken-door-de-“hulp”verlener wat weer teruggeworpen werd in één of andere diagnose, met nog wat verwijten er achteraan. “Jij moet niet denken dat…” Je mag je niet passief of afhankelijk opstellen, maar als je iets vindt, zie je het verkeerd.

Fuck. Off.

 

De genadeklap kwam toen een lieve vriend zijn leven beëindigde, “hulp”verlening meerdere dagen niet beschikbaar was en ik totaal ontredderd van pijn in verwarring een zelfmoordpoging deed. Als bonus kreeg ik een bak ellende en verwijten over me heen. Geen condoleance, maar een negeerbeleid. “Je regelt zelf maar nazorg. Ze kwamen aan met verkeerde medicatie, wat op mijn aangeven – zag ik later – werd omschreven als “medicatieweigering.”

Ik was toen al dood. Psychisch. Ik kan het niet uitleggen, maar ik had het zó koud, dat ik werkelijk het idee heb dat mijn ziel doodgeslagen was. Rondom een zelfmoordpoging ben je “weg”, al besta je nog. 

Een twilightzone.

Iemand zei me later: “Jij leeft niet dankzij de hulpverlening, maar ondanks de hulpverlening.”

 

Ik zit in een euthanasietraject. 

Voor de goede orde, mijn doodswens was er ook al vóór al die jaren GGZ. Ik heb jarenlang gedacht dat iederéén dood wil. Omdat het in de psychiatrie nogal eens niet over “dood” mag gaan, bestond mijn doodswens als een sluimerende brander, waarbij ik niets kon checken. In de vele, vele jaren daarna ging me steeds meer opvallen dat de meeste patiënten níet dood willen. En het werd me steeds duidelijker dat therapie bovenop een doodswens gelijk staat aan een huisje op drijfzand. Je kunt wel bouwen, maar het stort steeds weer in elkaar.

Kortom, mijn doodswens is niet veroorzaakt door de GGZ, wel verergerd.

 

Na een leven vol ellende wil ik waardig sterven. Niet in stukken uit elkaar gespat door een trein, niet gespletcht onderaan een flatgebouw, niet na enkele weken gevonden aan een touw. 

Mag het waardig?

Ik vraag euthanasie. Ik eis het niet. Want ik weet wat ik vraag. En ik ben redelijk naar de mensen die me begeleiden in het traject. We volgen een zogenaamd tweesporenbeleid. Zodat de rails toch nog enigszins binnen het thema blijft. Grijns. (Iets met zwarte humor). 

Voor het eerst in meer dan twintig jaar psychiatrie voel ik me gehoord. Ik weet niet of ik toestemming ga krijgen voor euthanasie. Ik weet wel dat ik eindelijk eens gezien en gehoord word. Mijn pijn en trauma’s zijn erkend.

Alleen al dat ik serieus genomen word, geeft me ruimte. Maar het neemt het ontwrichtende ziek-zijn niet weg.

Mensen, houd de deur naar de dood open. Geef de patiënt lucht. Het bestaan van die deur te ontkennen of tegen te spreken, zou levens kunnen kosten. De optie erkennen, zou levens kunnen redden.

 

En dan.

Ik ervaar een tweede probleem bij psychisch ziek zijn. En dat is de eenzaamheid.

Door de stelselmatige mishandelingen heb ik contact met familie beëindigd. Roddels achtervolgen me echter wel. Zo weet ik dat familie de mishandelingen en mijn trauma’s nog steeds ontkent. Ik kan niet anders dan afstand van ze nemen. Voor degene die nog niet eens de halve waarheid kent, is het vooral erg voor mijn familie. Die ik nooit zie. Ze vinden het erg. Voor zichzelf. Dat zei mijn vader letterlijk na mijn zelfmoordpoging: “Voor ons is het erger.”

 

Ik heb vrijwel geen mensen meer om me heen. Ik zit niet op dezelfde golflengte. Mijn ziek-zijn is dermate ontwrichtend, dat ik er niet omheen kan. Het is – letterlijk – een zaak van leven en dood. Ik begrijp prima dat het geen leuk, ontspannend onderwerp is. Ik zal het niet zomaar op tafel smijten bij die ene visite in het jaar. Mensen willen het helemaal niet horen, omdat het – citaat – “Niet leuk is voor ons.”

Ik met bek vol tanden.

Het benauwt.

De problematiek die ik vierentwintig uur per dag met me meesleep – had ik al iets gezegd over nachtmerries, elke nacht? – is “niet leuk” voor een ander.

Stilte.

Ik houd me maar stil.

Want wat moet ik nog zeggen?

Een “Dankjewel” voor de tips die ik dan wel opgedrongen krijg? “Zit je niet gewoon in de overgang? Vraag aan de huisarts een hormonenkuur, want dat helpt ook bij Gerda en Bleke Bep.”

Ik heb zin om te vloeken. Maar ik houd me stil. Want het is niet leuk. Voor hún.

 

En toen overleed Zoraya. Ik kende haar niet goed. Af en toe hadden we even contact online. We zaten ongeveer even lang in het traject.

Ze ging dood. En het greep me aan. Misschien ben ik ook wel dood over enkele maanden. Het is weer even een plaatsing in tijd. Ik ben deze maanden in de rouw om mezelf; om mijn eigen mogelijke einde. Omdat de oorlog sterker is.

Ik had enorm de behoefte om het overlijden van Zoraya te delen. Ik bracht het in een reüniegroep, met wat uitleg. Mensen van vroeger, die weten van mijn euthanasietraject.

Hoeveel reacties er volgden? Geen één.

Het voelt zo eenzaam. Ik weet niet of ik boos ben of verdrietig, of allebei.

Ik heb het erover gehad met één persoon uit de reüniegroep. Ze zei: “Niet boos worden, maar ik weet niet wat ik ermee moet.”

Ja.

Nah.

Ik weet het ook niet meer. Want wat voor mij zo belangrijk is, wordt niet begrepen. En dat moet ik dan wel weer begrijpen.

Ik weet in ieder geval wel dat er geen uitvaart komt. Want na mijn dood tegen een kist zeggen dat ik zo gemist ga worden… nee, ik zou spontaan komen spoken uit frustratie. Dus toch boos.

 

Dan maar online wat zoeken. 

Ik stuit op een batterij streng gelovigen die vinden dat je zult branden in de hel. Wat vindt God eigenlijk van deze “Heb uw naasten lief”-devolle uiting? Verder weet iedereen heel goed wat je moet doen. Over je hoofd heen. Met veel verwijten. Ze weten alles, zonder je situatie te kennen.

Waar ik gisteren steil van achterover sloeg, waren diverse zorg”professionals” op LinkedIn die graag woorden verdraaien en één en ander zó plaatsen dat het precies weer past in hun overtuiging. Die spreken over “propaganda” wanneer euthanasie bij psychisch lijden bespreekbaar wordt gemaakt. “Een trend.”

Die ervan maken dat jongeren worden aangestuurd in de richting van euthanasie, als er geen hulp beschikbaar is. Geloven ze het zelf? Een voorwaarde voor euthanasie is dat er geen redelijke behandelopties meer zijn. Wat dus inhoudt dat je jaren van therapieën achter je hebt. Niet: “Wachtlijst = dood.”

Ik las de door-de-strot-duw-mening dat “niemand dood wil.”

O, is mij iets gevraagd?

En tot slot – als toetje – las ik onder een artikel tussen reacties de opmerking: “Als je dood wil, pleeg dan gewoon zelfmoord.” Deze woorden werden uitgespuugd door een vrouw die net haar zus heeft verloren door euthanasie, en werkzaam is als therapeut.

Ik heb vaker gedacht: “De patiënt is niet altijd de grootste gek.” Of iets in die strekking.

 

Ik zit in de tang. Van niet kunnen leven, maar niet dood zijn. De tang tussen “Zelfmoord is egoïstisch” en de tang “Pleeg toch zelfmoord.” Ik zal u de details besparen over hoe je dat dan moet doen volgens de toetsenbordridders. De tang van “Je kost de maatschappij alleen maar geld” en de tang van “Je mag niet dood.” De tang van “Denk eens aan de machinist”, de tang van “Euthanasie is zwak en laf” en de tang van “Doe-het-lekker-zelf.” De tang van “Je mag niet dood  want niemand wil dood, en dat bepaal ik voor jou.” Die tang.

 

Mag ik ook nog iets zeggen?

Stel gewoon eens een vraag.

Zet je oren open. 

Luister zonder oordeel.

En is het zo moeilijk om een beetje lief te zijn?

Anoniem, gegevens bekend bij Stichting Kea

Gerelateerd

Nieuwsbrief ontvangen?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

"*" geeft vereiste velden aan

Gegevens hulpvrager

Naam*
DD dash MM dash JJJJ
Naam contactpersoon
Wat zijn de klachten die tot je euthanasieverzoek leiden ?
Wat zijn de klachten die tot je euthanasieverzoek leiden ?
Aangemeld bij Expertisecentrum Euthanasie?
Bijv. wachtend na aanmelding, afgewezen, wachtend op spreekuur, op wachtlijst voor soma plus team of op wachtlijst team met psychiater, al team toegewezen?
Vertel ons waar we je mee kunnen helpen.
Is er nog iets wat we moeten weten?

Akkoord

Nieuwsbrief
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.